
Wat betekent een buurtteam nou echt voor een Amsterdammer? Om die vraag draaide de duidingssessie die we op 2 juli hielden in buurtcentrum De Havelaar. Aan tafel zaten Amsterdammers die zelf hulp kregen, buurtteammedewerkers en mensen van de gemeente. Samen bogen ze zich over de uitkomsten van ons onderzoek naar de Amsterdamse buurtteams, bekeken vanuit het perspectief van de cliënt.
Buurtteams volgen
Het is inmiddels het vijfde onderzoek dat Meetellen doet, samen met Clientenbelang. Dat maakt iets bijzonders mogelijk: we kunnen de ontwikkeling over de jaren volgen en zien wat verandert en wat blijft. De cijfers uit de enquête laten een overwegend positief beeld zien. Mensen kunnen de buurtteams makkelijk bereiken, voelen zich over het algemeen welkom en zijn te spreken over de manier waarop ze te woord worden gestaan. Ongeveer driekwart wordt geholpen of doorverwezen. Tegelijk zien we aandachtspunten. Wie meerdere of complexere hulpvragen heeft, moet zijn verhaal vaker opnieuw vertellen en voelt zich minder goed geholpen.
Maar cijfers vertellen niet het hele verhaal. Daarom werkten we die middag met citaten: letterlijke woorden van Amsterdammers uit de enquête. Deelnemers kozen de fragmenten die hen raakten en gaven aan wat ze de buurtteams mee wilden geven. Zo komen de verhalen achter de cijfers boven.
contact is de werkzame stof
Een paar rode draden kwamen aan alle tafels terug. De eerste: een kleine daad kan een enorm verschil maken. Twee vrijwilligers die een verwaarloosde tuin opruimen, kan voor iemand betekenen dat het ook in het hoofd weer opruimt. De tweede: wees helder over wat je wel en niet kunt. Buurtteams krijgen álle vragen, en de verwachting dat ze alles oplossen leidt tot onbegrip, bij bewoners én medewerkers. De derde en belangrijke: koester je personeel. Medewerkers hebben ruimte en tijd nodig om naast de Amsterdammer te kunnen staan. Dat contact is de werkzame stof.



